1928 - 2046 MANUSCRIPTS, AUTOGRAPHS, DOCUMENTS
= Cornelis Maria van Hengst (1761-1848), lawyer and alderman in Utrecht, owner of the house "Ma Retraite" (1832-1848) in Zeist and husband to Wilhelmina Catharina Geertrui Everdina Sloet (1783-1832). I.a. contributions by G. Beelaerts van Blokland, W.A. van Heeckeren van Boelestein, H.M.A.J. van Asch van Wyck, R.W.J. van Pabst tot Bingerden, J.D. van Tuijll van Serooskercken, Pierre de Steege "Lt. Collonel Taube Enseigne - au service de Russie. 17-99. Krijgsgevangen in de slag v. Bergen", J.P. Krieger "prof. Gymnasii Bipontini"; Christophorus Saxius "communium literarum Professor"; S.W. van Haeften née Visscher, A.W. Dreijer "Königl: Preuss: Krieges Rath", H. Onderwater van Puttershoek and J.J.S. Sloet née Visscher. One of the drawings possibly by Isaac Jan Coenen (1772-1831). Album amicorum of an established member of the Utrecht elite, in a very fine binding. SEE ILLUSTRATION PLATE LI.
= Some names: H.Z. Alex Gutteling (Leyden), L.W. van der Weide (Leyden), M. Möller (Vlissingen), C. Lourense (Domburg), C. van Eck (Spanbroek) and W. de Rapper (Middelburg).
- Box sl. soiled and worn. Backcover lacks most of the silverthread border around the calligraphed text (the larger part preserved and loosely inserted in box).
= The box was privately made by the owner's sister, as can be read from one of the included poems: "Aan mijne geliefde zuster bij het toezenden van een door mij eigenhandig gemaakt Album op den 22 Mei 1831". Some names: H.G. Broers, S. Kuyper van Orssagen, A.C. Brender à Brandis (all Rotterdam). R.J. Prince (Gouda) and Caroline Wintgens (The Hague).
= Some names: J. Prince, K.H. Vink (both Gouda), L.W. Duchy, Pauline Henriëtte Kuyper (both Rotterdam) and H. Brillat de Savarin (n.pl.).
- Frontcover of box loose and velvet partly discol.; flaps worn (partly splitting) on folds. Also containing a few other documents, including a "Vriendschaps verbond" signed "(...) den 4den november 1848 op het kostschool van den Weled: Heer T.A. Bakhoven woonachtig te Werkendam provincie Noord-Braband (...)" by A.M. Kruseman, C.C. de Ruijter, M.T. Wanters, H.A. Groeneveldt and J.L.W.E. Prince.
= Some names: R.J. Prince-Faber, C.J.C. Prince, H.A. Cosijn, Henriette Remy (all Gouda), L.A. Boogaerdt, H.A. Groeneveldt, C.C van Houweningen, Minna Möhlmann (all Werkendam), Ida Engelhart (Arnhem), H. Elzer-Scholten (Amsterdam) and Charlotte Johanna Le Mair (n.pl.).
- Grease stain in one watercolour.
= Mostly concerning real estate and taxes. Several documents mentioning the "Honderdste Penning".
ADDED: 2 printed publications (Amst., 1795/ 1800, contemp. wr./ without binding).
- Traces of (heavy) use, but nevertheless in (very) good condition; sm. owner's stamp on first textleaf ("Cartusiae Vallis San (illegible)"); new endpapers. Covers some wear and tear.
= Possibly from the library of the Carthusian monastery de Val-Saint-Esprit, located in Gosnay, Northern France (founded in 1320, dissolved in 1790).
= Thanking Den Besten for his assistance with the hanging of the paintings and writing that she has received a positive review sent to her that was published in a Rotterdam newspaper. "(...) wat de eventueele verkoop aangaat, stel ik geen hooge verwachtingen, mocht u echter in de gelegenheid zijn - iets in die richting voor mij te kunnen doen - zal ik dit ten zeerste apprecieeren - ik zelf ben zoo goed als niemand in Rotterdam (...)".
= Extensive, interesting letter, mainly on the state of affairs in the arts and on his stay in Rumpt. "(...) We zitten met ons kont al bijkans een maand in de Betuwe, waar we [de] wereld vergeten en [een] nieuw en rustig leven zijn begonnen van alsmaar denken en schilderen. Voorloopig zette ik een schrap onder veel vroeger geploeter, stem mijn instrument den geheelen dag om bij tijden het lied v.d. lente aan te heffen en de rest kan me gestolen zijn. - Beroemd, beroemder, het beroemste [sic] komt praktisch daar op neer - Krijg de zenuwen, en daar passen we voor. (...) De twee laatste nummers van de Kroniek v. kunst en kultuur, waar ik tot mijn spijt abonné van ben, geeft een zij het jammelijk beeld van den smaak en zin dergenen die na den oorlog meenden het nu eens heel bijzonder te gaan doen. Wat is er van terecht gekomen en wat willen ze ons wijsmaken. Oude koeien die 25 jaar geleden al aan het vermageren waren. (...) Zoo is het ook met veel experimenteele kunst van degenen die nog groen om de ooren zijn en niet weten nog [sic] waardeeren kunnen, wat er aan ware schoonheid is gewrocht in het verleden, en wat er in de stilte nu nog bloeit. Wij behoeven heusch geen import, zeker geen verschimmelde geloofloze import maar dan moeten de heeren op zoek en daar is nu eenmaal tijd voor noodig en dat hebben ze niet meer (...). Ook verschijnt zoo af en toe de dichter Gabriel Smit, die ik beter kan verwerken, als den nooit genoeg geprezen Roland Holst. Zoo hebben we heel levendige avonden die boezem uitstortingen demonstreeren gelijk in de stormachtige dagen der Branding. Ach, dat moest nog eens goed uitgezocht worden, in 't bijzonder 't werk van Ladage. Ik meen dat de tijd er rijp voor is geworden en in 't buitenland meer gewaardeerd als hier ooit (...)".
= Rare manuscript documents. The 2nd postcard was added "ter toelichting" on the first. In these two postcards Dumas indicates that she does not wish to participate in the GKV children's exhibition "Kind en Kunst" and suggests that other artists, including Ansuya Blom, might prefer to participate. She writes: "Ik maak inderdaad niet mijn schilderijen voor kinderen. Toen ik een kind was ging ik naar de bioskoop. Ik ga uit van een sekere abstraktie niveau die het gebied van het volwassenheid betrefd. Ooit wil ik een kinderboek maken of sprookjes van Anderssen of Grimm illustreren, maar dat is nog wat anders. Kunst is iets voor "oudere" mensen, of dan dat is zoals ik het schilderkunst ziet. Er is andere kunstvormen zoals "puppets" (poppen) theatre die veel dichter bij het kind zitten. Omdat er meer dramatiek bij kom kijken en verhalende bewegingen zijn om het aandacht gevangen te houden. Één ding zoals een schilderij, een is, is te saai voor kinderen."
Idem. Image I. Colour lithograph, 14,1x21,6 cm., signed "10/25 Alechinsky" in ballpoint.
- Either signed with the print upside down, or depicted the wrong way around in the catalogue. Some very vague foxing; vertical middle fold.
= Pierre Alechinsky, Les estampes 80 (1951).
AND a correspondence card w. the printed address of the artist, with AUTOGRAPH SIGNED WISH in pencil: "aves mes voeux, cher aldo, de saison. pierre". - ADDED: 7 small printed publications, invitations, photographs etc., i.a. Ch. ESTIENNE, Préludes aux noces (Liege, 1951, 1 ill. by P. ALECHINSKY, printed in 2030 copies, sm. 8vo. Sl. foxed); TAJIRI plastieken/ ALECHINSKY schilderijen en grafiek (invitation card Kunsthandel Martinet, 1953).
= Interesting letters, i.a. on his life in Paris, his works and ideas and on relations and tensions between the artists of the Cobra group [spelling errors as written:] ( "(...) s'nachts zitten we in de club van Claude Luten[?] en zijn band, daar jitterbucken ze als wilde om twee uur s'nachts treed er een negerin op en dan komt de hele boel in extase alles schreeuwt en gooit en smjt en brult (...). kunnen jullie niet wat sigaretten voor me meenemen? ze zijn hier slecht en duur. (...) zijn er nog recenties verschenen over de muur of exposities van me? (...)" [18/04/1949]. "(...) onze tentoonstellling is gisteren avond om negen uur geopend. het werk hangt erg mooi en [we] hebben veel belangstelling gehad bij de opening. (...) Hoe staat het met de muurschildering in het stadhuis zijn er nog veel recenties over verschenen. wil je me niet eens schrijven hoe de stand van zaken is. ik ben erg nieuwsgierig. (...) ik heb ook een schilderij verkocht in het Sted. muzeum (...)" [04/05/1949]. "(...) Hier schrijft dan de gierige flikker, de zwendelaar, de keiharde geld jacht en de man die over lijken gaat om poen. Ik wist niet, dat ik al die gave van de 20e eeuw bezt. Dat alles hoorde ik van Constant dat jij dat allemaal in mij ontdekt had (...). Ik ben een materialist geen idialist vooral geen geld idialen. de materie realiseren dat is de nieuwe weg voor schilders, architecten enz. mijn werk is sterk aan het veranderen. (...) nu schilder ik vlekken grote vlekken kleur eindeloos over elkaar (...) je wordt hier bedolven door de sterielen abstracten nalopers van kadinsky of mondriaan. alles klopt wetenschappelijk maar het voornaamste ontbreekt het leven (...). van de week hebben we een atelier gevonden het is een grote ruimte die we met zes mensen huren (...) alleen mogen we er niet slapen (...) we leven nog steeds als nomanden, maar we slaan ons er wel doorheen ik heb desondanks hard geschildert en een sculptuur gemaakt van ijzer op het atelier van Jakobsen ik ga er nog meer maken (...) ik hoop dat je me vlug terug schrijft, hoe je tegen over me staat ik begrijp er niets van ik heb liever dat we open tegen over elkaar staan en weet wat we aan elkaar hebben (...)" [29/10/1950]. "(...) Nu ik al die tijd niets van je gehoord heb en nu weet, dat jij je als speelbal van Constant laat gebruiken vind ik meer dan misselijk (...) Nu heeft hij jou weer nodig gehad om voor hem op te komen, maar daarvoor scholt hij altijd op jou en vond hij je maar en klootzak en meer, maar dat heb ik je nooit verteld om de vrede te bewaren nu scheld hij weer op mij en daar voor op Corneille tegen mij. zo speelt hij iedereen uit tegen elkaar (...) het is ook niet de eerste keer dat er met Constant een geld kwestie met vooraf ruzie is, in Kopenhagen had hij de boel ook bezwendelt toen hoorde ik toevallig van een Zweedse dame dat ze werk me had gekocht en daar wist ik niet van. het geld had Constant opgemaakt en ook van Corneile nog meer (...) Ik begreep ook niet dat ik niets van je hoorde, wat ik erg kinderachtig vindt daar jij niet de juiste situatie kent en van een kant gehoord heb. ik vindt het erg dat je daar voor je energie aan verspilt, daarom zijn we toch niet met elkaar omgegaan, toch alleen om het werkhet dat is veel belangrijker (...) dit is mijn laatste brief die ik aan je schrijf, hoor ik niets meer van je dan beschouw ik het als af. TABE (...)" [1950]. "(...) Zou je me ook de adressen van de mensen die met het pamflet van de muurschildering instemde willen opsturen aan mij? (...) ik ben iederen dag en nacht hard aan het werk. 12 gips plastieken beschildert. 80 gouaches. 30 olieverf (...)" [10/01/1952].
AND 5 others by the same: (a). a sm. poster for a joint exhibition with Corneille at "'t GILDEHUYS" (Amst., 1947). Yellowed and sl. frayed); (b). an invitation for an exhibition at KUNSTZAAL VAN LIER (Amst., 1951); (c) an invitation for an exhibition at "'t VENSTER" (Rott., 1952); (d). Appel nudes. Appel nus. Exhibition catalogue of GIMPEL & HANOVER GALERIE (Zürich. 1963, col. lithogr. wr.); (e). fold. brochure for DIGITAL EQUIPMENT (Utr., 1986, w. ills. of computer prints by Appel).
= SEE ILLUSTRATION PLATE LII.
- Some vague folds and creases.
= Text related to a series of works created in 1948-1950, inspired by the children begging for money and food that Appel saw shortly after the end of the Second World War at stations during a train journey through Germany. In 1948 and 1949 he incorporated these impressions into a series of miscellaneous works titled Vragende Kinderen. One of these works was a mural in the canteen of the city-hall of Amsterdam, that was at risk to be painted over with whitewash because of protests against the work, but which instead was covered with board not to be unveiled again until 1959.Eyck, A. van. Een appèl aan de verbeelding. Amst., Experimentele groep Holland (Cobra), (1950), folded broadside pamphlet, 47x63,5 cm., 1 photogr. ill., signed in pen and ink.
- Sl. yellowed. Fine.
= Slagter p.25. Famous pamphlet, sharply protesting against the intended removal of Karel Appel's mural "Vragende Kinderen" from the canteen of the Amsterdam city-hall, i.a. citing comments from both proponents and opponents of the removal. SEE ILLUSTRATION PLATE LIII.
WITH 10 AUTOGRAPH (2 typescript) DOCUMENTS/ LETTERS SIGNED sent to Aldo van Eyck, all with comments and arguments against the removal of the mural and in support of the aforementioned pamphlet.
= Herman Bieling: "(...) Zo gezien staat Appel bovenaan. Het gevaar dat hij in de "Kunst" terecht komt is groot (...)" (typescr. w. autogr. addition, signed, 1 leaf); F. Bordewijk: "(...) Karel Appel leverde een naar mijn inzicht belangrijk werk af, waarvan ik de verwijdering ten zeerste moet betreuren (...)" [typescr., signed in blue pencil, 1 leaf w. printed letterhead. Sm. tear 'repaired' w. sellotape]; Constant: "De wandschildering van Appel zal de weg gaan die een levende kunst past: zij wordt vernietigd zoals zij is voortgebracht. Een levende kunst behoeft niet geconserveerd te worden, zij heeft geen kunstmiddeltje nodig om te blijven voortbestaan (...). Men kan deze wandschildering onzichtbaar maken, haar doden echter kan men nimmer." [pen and ink, signed, 1 leaf]; Martinus Nijhoff: "(...) Het toeval wil, dat ik juist gisteren in het Amsterdamse raadhuis moest zijn (...) en plotseling voor de muurschildering van Karel Appel stond. Mijn eerste reactie was: wat een prachtige kleuren; mij tweede: Amsterdam is werkelijk een grote, toekomst-bewuste stad, dat zij dit aandurft. Het zou zonde en jammer zijn (...) indien Appel's muurschildering werd uitgewist (...)" [pen and ink, signed, 1 leaf]; Adriaan Roland Holst: "Aangezien ik deze wandschildering slechts door een photo ken, baseer ik (doch dan ook met nadruk) mijn protest tegen haar weigering op het tegelijk betreurenswaardig en mallotig feit, dat het advies van een zoo competente commissie door ondeskundigen in den wind wordt geslagen - en dan nog wel in een door de dagbladpers gelaten wind (...)" [ballpoint, signed, 1 leaf; 2 copies. one of which w. a correction. With 2 related short autogr. letters and a postcard by the same]; Jan Sluijters: "De wandschildering in de koffiekamer van het stadhuis, vind ik een geslaagde decoratieve uiting, evenwichtig, harmonieus en vooral beschaafd van kleur." [pencil, signed, 1 cut-out leaflet].
= "(...) wie geht es ihnen und ihrer frau. (...) ich wäre ihnen sehr dankbar wenn sie mir 50 franken schicken würden. ich brauch dringend einige räppli (...)".
AND a SIGNED TYPESCRIPT POSTCARD by and to the same, dated "25. 11. 44", concerning an appointment. - ADDED: a fold. announcement/ invitation card to an exhbition of works by Arp and his wife at Galerie Jeanne Bucher, May 1939, w. ill. on recto and verso.
= I.a. on Kurt Schwitters, on lending books and periodicals (De Stijl) to Van Eyck, on the architect Cornelis van Eesteren ("Hou hem in ere, mijn ouwe Ees, hoor!") and on the spirit of the times. "(...) wat schrijf je? Schwitters dood? Ik had gehoord dat hij lelijk ziek was. (...) Het raakt met nogal nauw, want hij is een oude vriend van me. Wat Schwitters 'ontdekt' is niet zo primitief-echt, als wat Rietveld vindt, maar toch heeft hij merkwaardige vondsten. B.v. zijn z.g. Symphonie is een prachtstuk en zijn 'Klebebilder' ook. Zijn schilderijen zijn allerbelabberdst. (...) En te laat geboren ben je ook niet! Alsof er geen bergen meer te verzetten zjn!! Zie je, dat is nu altíjd zo het geval: vooruit of achteruit (precies hetzelfde, denk er eens over na) maar thàns, hèden, vàndààg...? Ho, maar! Vooruit, in de zin van: nu nog niet, maar straks, o, wat wordt het dan mooi!! is net zo conservatief, als je me snapt, als achteruit = smachten. Nù is het mooi, groots, veel te doen, nù zijn er grote, flinke mensen van betekenis. Nù is alles, wat was in de geest om te zetten. En in de geest te vormen, wat aanstonds zal wezen (...)".
Idem. Short AUTOGRAPH LETER SIGNED "Til Brugman" ro "Amice" [Aldo van Eyck]. date 23 Jan. 1950", pen and ink, 1 leaf, recto only.
= Thanking Van Eyck for sending her the pamphlet Appél aan de verbeelding. "(...) Ik volg met belangstelling [de] experimentele groep! Prange, Boekanier, dat alles moet afgetuigd. Erich Wichmann sloeg op de Onafhankelijk god Sam de Wolff (criticus) zijn hoge zijde over de ogen waarmee hij toch niet kon zien (...)".
ADDED: "Tempora leren mores", a privately made offprint by the same, w. autogr. signed dedication on plain frontwr., "opgedragen aan allen die niet willen rijpen".
= "Beste Aldo, hierbij een tekstje dat misschien wat misschien wat retorisch uitvalt maar toch, hoop ik, "à la hauteur" is. Courage. Je Hugo Claus".
WITH: Idem. Ontwerp voor een pinakoteek der lage landen. Amst., Galerie Espace, (1963), (16)p. (incl. wr.), ills. (wr. trifle soiled). - AND a card with a facs. ms. poem ("Maar als haar sterven nu eens was (...)") by the same.
= Extensively on work, Paris and the Paris art world, exhibitions, publications, the mutual relations with other Cobra artists etc. etc. One of the undated letters, in French, is addressed to "Chers amis" and illustrates the mutual distrust and the difficult phase in their relationship. "(...) Ik werk hard en heb o.a. beeldschoon werk gemaakt aan een huis, in beton. Verder heb ik plannen voor een map lithographieën die hier zal worden gedrukt (...). Zojuist ontvangen we de lay-outs voor de Cobra-serie. Het zal heel goed worden, 15 boekjes ieder voor één schilder. Men beoogt ook een serie voor de dichters met poezie. Een uitgever is gevonden die alles zal verzorgen en betalen (...)" [28/05/1949]. "(...) Zo zit ik uiteindelijk, voorlopig op een heel klein kamertje in Chatîllon ten Z. van Parijs (...) terwijl Karel en Corneille samen een even klein kamertje juist ten N. van Parijs (...) delen moeten. Overdag, wanneer we onze pogingen om iets beters te vinden, hardnekkig voortzetten, kruisen onze wegen zich soms, in Parijs, op de boulevard St. Michel of op Montparnasse, bij Tajiri, maar over het algemeen is de en-bloc-geest waarmede we vertrokken, reeds spoedig door de Parijse wind weggevaagd (...). Ik weet niet of ons plan om een expositie van ons drieën te maken spoedig zal slagen. Dat hangt natuurlijk in de eerste plaats van onze solidariteit af, en die schijnt op haar beurt weer afhankelijk van velerlei omstandigheden. (...) Hier in Parijs, is alles abstract, en vooral het "spontaan" abstracte (noemen ze het niet zo?) is hier hevig in de mode. Ik zal wel moeite hebben een kunsthandelaar te vinden die zich achter mijn "realisme" durft te scharen. Ik had drie jaar eerder naar Parijs moeten gaan! (...)" [20/09/1950]. "(...) je briefkaart, na een lang stilzwijgen, heeft me pijnlijk getroffen. (...) Ik vermoed echter dat Appel z'n pogingen om mij in discrediet te brengen, nu hem dat in Parijs niet gelukt is, tot Amsterdam uitstrekt [sic] heeft. Het is inderdaad betreurenswaardig dat een miserabele geldkwestie dergelijke gevolgen heeft. Overigens zit ik al sinds een maand bijna, zonder geld, en leef ik van de ene dag in de andere. Ik werk echter hard en ik vind hier vele contacten die het gemis van mijn vriend Appel ruimschoots vergoeden (...)" [1950]. "(...) Ik werk veel, maar, oude gewoonte, weinig. Sinds m'n vertrek uit Holland 4 schilderijen, nogal verschillend van de andere geloof ik. Het kost me moeite iets te maken, verander het steeds. (...) Ik vind het begrip voor de kunst in Duitsland groter dan in Frankrijk waar men nogal aesthetisch ingesteld is. In Holland is men helemaal niet ingesteld, daar kan men niet van een kritiek spreken (...)" [15/05/51?]. "(...) sinds de verwijdering tussen Appel-Corneille enerzijds en mij anderzijds is de Hollandse factor in Cobra zeer verzwakt en daardoor de hele Cobra een beetje in gevaar gekomen. (...) Bijna alles wat je hier ziet, is hetzelfde lege onpersoonlijke abstracte (...). Mijn tentoonstelling is zeer opgevallen, juist omdat het werk zo totaal verschillend is van wat Parijs biedt (...)" [undated]. "(...) Vous allez me maudire et ça me plait, parce que je déteste vos partis pris, comme je déteste votre art pur et votre quasi révolutionisme. Pour moi, la révolution est situé dans l'estomac et pas dans la pensée. Je me soucie que d'un bon repas pour faire la bonne peinture après et si je fais l'amour c'est que pour apprendre quelque chose. Je vour dirai franchement que je n'ai que 30 frs. dans ma poche dont je vais dépenser 25 frs aussitôt pour acheter un timbre, Place Pigalle, pour vous envoyer cette lettre. Une lettre inutile, provocatrice, qui ne sert que pour vous dire que je ne suis, en effet pas si innocent que je semble, même pas si innocent qu'Appel qui perd son temps avec des petits jeuxs 'à l'arrivée'. Pour moi c'est le grand jeu, et dans ce jeu-là je ne trouve pas de partenaire, rien que des spectateurs, parmi les quels, tois, Aldo, et aussi, Appel, et tous les autres. Je crache sur l'art abstrait, sur le constructivisme, et en général sur tout purisme, rien n'étant pur que la négation totale de la vie (...)" [undated]. SEE ILLUSTRATION PLATE LIII.
AND 6 others by the same: (a). an invitation for an exhibition at RENÉ BRETEAU Galerie d'Art (Paris, 1950, supplied in 2 copies. Sl. soiled); (b). an invitation for an exhibition at GALERIE LE CANARD (Amst., 1951); (c). a sm. linocut poster for an exhibition at the same (1952. Sl. foxed; some sl. tears); (d). an announcement of the marriage of Constant with Nellie Riemens and the birth of their daughter Eva on 19 Oct. 1951 (foxed, folded and worn on folds); (e). NEW BABYLON BULLETIN nummer 1 (1967); (f). an exhibition catalogue of STEPHEN GILBERT w. texts by Constant (The Hague, Galerie Nova Spectra, 1984. Wr. sl. foxed).
"(...) Ik wou dat de kou maar achterwege bleef want ik heb nog steeds geen gelegenheid tot stoken - al smeer ik de warmste kleuren op m'n doeken, de wereld om me heen blijft vijandig en koud en het doet bijna de zo kostbare verbeelding bevriezen (...)" [Paris, undated]. "(...) Eerst bij Karel [Appel] op 'n matras op de vloer een beetje gelegen - (het blijft camperen!) vanuit die gezichtshoek z'n werk bekeken. (...) Het is zeer objectief aan de gang z'n voorkeur van het pure witte fond is merkbaar in al z'n doeken zowat. Daarop afgewogen (...) rode en blauwe vlekken - van expressie is er nauwelijks sprake. - Ik sta met m'n werk er heel ver van af - Constant nog veel meer, met zijn baroque getourmenteerde geest. Karel schildert zegt hij zelf nog wel katten (het meest) en dan vogels - maar ze bijten niet meer en de vleugels zijn nog van Constant, die verliezen ze wel een keer. Z'n wereld is daarmee afgesloten. Zeg je nu eens tegen Karel - kijk ik zie daar een boom of landschap in een doek - dan ontlok je een felle discussie - want dat kan niet zegt Karel dan (...)" [Paris, undated]. "(...) Tezamen hier met Hugo Claus, een jonge belgische dichter uit Ostende (een werkelijk goede dichter) geef ik hier in Januari een boekje uit - de tekst ontstond naast tekeningen van mij - tekeningen die hij zelf uitzocht omdat zij hem op één of andere manier boeiden. Het zal "Het wandelend vuur" heten. Verder heb ik voor jou besteld bij de drukker in Holland "Les jambages ou cou", het boekje gemaakt met Dotremont (...)" [1950]. "(...) Ik zelf ben alweer heel spoedig aan de slag gegaan (...) noodzakelijk is het mij van de wereld af te scheiden - achter een laken valt niets te merken van het flanerend Parijs - van terrassenleven bont en fleurig die opbloeit als de zon er weer is. Je zou m'n beste Aldo veel van je bezwaren zien opgaan als zeepbelletjes in de lucht als je al die diverse bloote halsjes zag - naast de kleur uitspatting van de wilde uitstalling van tomaten, citroenen, oranges, kersen enz., een kleur en vorm festijn van de meest diverse types van vrouwelijk schoon - Iedereen kan dit naar willekeur observeren - de verleidng is groot om met kleine pasjes de boulevards van de stad op en neer te lopen. Bij Maeght een schitterende tentoonstelling waar Miro een fantastisch doek heeft hangen (muurschildering voor een universiteit) die al de andere doeken in de schaduw stelt (Léger, Picasso, Braque, Rouault, Chagall enz.) (...)" [23/05/1951]. "(...) Onlangs ontving ik de uitnoodigingskaart voor de tentoonstelling in R'dam. Ik schrok een beetje (boel). De kaart vind ik bepaald niet geslaagd, vooral mijn naam gedrukt in dwaze sierlijke letters - het lijkt wel een uitnodiging voor een cocktailparty of zo iets dergelijks - en mijn diertje is helemaal verbaasd als een echte oerwoudaap tussen parfumflesjes. Enfin volgende keer zal ik er een laten drukken brutal als rauwe biefstuk (...)" [15/01/1952]."(...) Onbegrijpelijk dat Eugène [Brands] telkenkeren hetzelfde stokpaardje wil bestijgen. Na het lieve schandaaltje in het museum in 1949 wil hij het nogmaals zoetjes overdoen. En dan met een klein overzichtstentoonstelling 1948-1952! (...) Ik ben een beetje boos geworden omdat ik NIETS voor voel en er voor mij zelfs niet over te denken valt. (...) Je trapt er toch niet in Aldo, ze willen je natuurlijk graag gebruiken of liever gezegd misbruiken (...)" [26/02/1952]. "(...) Jullie weten misschien al dat de beurs mij geweigerd is die ik aangevraagd had dit jaar, ondanks de prachtige aanbevelingen + de grote moeite die ik mij getroost heb deze te verzamelen. Het bracht me wel eventjes uit m'n evenwicht. Van de kennissen die het aangevraagd hadden kregen Friso ten Holt, Théo en Lotti allen een beurs. Stom van mij om er ook zo steevast op te rekenen - maar het was ook voor mij van groot belang dat het ingewilligd werd. Een paar weken deed ik totaal niets - ik was er helemaal uit (...) Er gebeurt hier zo veel de laatste tijd de ene prachtige tentoonstelling na de andere, het lijkt wel alsof de wereld bewijzen wil waartoe de menselijke verbeelding in staat is naast het geweld waar tegenover de mensen steeds geplaatst worden (....)" [13/06/1952]. "(...) Dank je nog eens voor het Sahara nummer van "Forum". Ik zou het weer eens moeten zien... het water kwam mij in de mond (gek als je aan de woestijn denkt) toen ik laatst die plaatjes terugzag. Alle riante plekjes van de wereld geef ik voor de woestijn, die een veelheid van wonderen is: schroeiende vlakte, heet hel zand in stenen, stenen, stenen (...)" [05/06/1956]. "(...) Nu, uit ons vriendelijk landje kwam Rooskens + lieftallige dochter - en sprak mij over enige interne questies aangaande een tentoonstelling die strakjes plaats zou vinden in het Stedelijk Museum. Langzamerhand is het welhaast "traditie" geworden dat er kleine questies reizen [sic] wanneer de zware jongens (of de minder zware jongens) uit onze kunstwereld bij elkaar komen en met z'n allen ergens gaan hangen. Het krijgt dan al gauw weer het karakter van een manifest - een manifest heeft een opruiend karakter en van oproer komt bloed of erger moord enz. enz. Maar hier Aldo, hebben de jongens die strakjes keurig komen te hangen in 't Stedelijk heel weinig met elkaar gemeen (...). Als ik de lijst bekijk van de 26 exposanten (...) dan kan ik het met een derde al heelemaal niet eens zijn - en bij de overige twee derde hangt het zozeer van de werken af dat ze ingezonden hebben, - dat ik in ieder geval moet constateren dat er hier niet als een "hechte groep" gemanifesteerd wordt, maar als het naar voren brengen van sterk uiteenlopende individuen (...)" [26/04/1957].
Idem. "(...) Het is niet zo heel wonderlijk dat er altijd weer mensen zijn die er op uit zijn een zogenaamde orde te herstellen (...)." AUTOGRAPH TEXT SIGNED "Corneille", undated (±1950), pen and ink, 1 leaf, recto only.
- Yellowed and frayed.
= Attacking the people who wanted the mural "Vragende kinderen" by Karel Appel to be removed from the canteen of the city-hall of Amsterdam.
AND a photostat of a newspaper clipping of an article by Corneille, "De mannen van de Hogar", with (later) annots. in red feltwriter by Aldo van Eyck.
= SEE ILLUSTRATION PLATE LIV.




































